Het evaluatieformulier van het coschap Interne Geneeskunde II werd door 88 studenten ingevuld in de periode september 2010 tot en met maart 2011. Het coschap wordt over het algemeen goed beoordeeld met een gemiddelde van een 7,4. Dit komt ongeveer overeen met het gemiddelde cijfer van vorig jaar (7,6).
Meander Medisch Centrum Amersfoort (n=23)
Antonius Ziekenhuis Utrecht (n=18)
Gelderse Vallei Ede (n=16)
Hofpoort Ziekenhuis Woerden (n=7)
St. Jansdal Harderwijk (n=5)
Beatrix Ziekenhuis Gorinchem (n=4)
Havenziekenhuis Rotterdam (n=7)
Jeroen Bosch Ziekenhuis Den Bosch (n=8)
Algemeen & voorbereiding
Positieve punten:
· De voorbereidende (logistieke) informatie voor het coschap is over het algemeen in orde.
· Studenten vinden dat ze voldoende voorbereid zijn qua kennis, inzicht en vaardigheden.
Verbeterpunten:
· Studenten zijn ontevreden over de nieuwe vorm van KPB, waarbij het alleen mogelijk is voldoende of onvoldoende te scoren. Zij vinden dat er zodoende te weinig gedifferentieerd wordt tussen coassistenten. De KPB’s worden veelal gebruik bij eindbeoordelingen en als gevolg van deze nieuwe vorm bestaat er volgens de studenten minder fundering voor de eindbeoordeling.
· Studenten merken dat in de verschillende ziekenhuizen te streng aan de norm van 7 gehouden wordt. De studenten vinden dat het mogelijk moet zijn een 8 of 9 te geven aan excellente studenten. Dat gebeurt nu te weinig.
· Studenten zouden graag zien dat er een keuzemogelijkheid ‘niet van toepassing’ toegevoegd wordt aan de enquêtevragen.
· Coassistenten in het Havenziekenhuis te Rotterdam geven aan van tevoren meer logistieke informatie te willen ontvangen. Dit probleem speelde vorig jaar ook al.
· Coassistenten in het Beatrix Ziekenhuis te Gorinchem zouden niet volledig gecompenseerd worden voor de diensten die zij meelopen. Dit probleem speelde vorige jaar ook al.
Patiëntgebonden activiteiten
Positieve punten:
· Het bijwonen van patiëntbesprekingen en het zelf uitvoeren van verrichtingen wordt als leerzaam ervaren. Studenten zijn verder tevreden over de samenwerking met andere disciplines, zoals verpleegkundigen.
· Studenten die het coschap lopen in Rotterdam zijn erg enthousiast over participatie op de tropenpoli.
Verbeterpunten:
· Studenten geven aan dat ze het aantal patiënten dat ze zelf kunnen zien wat te klein vinden, dit geldt vooral voor de kliniek, polikliniek én SEH.
· In het Hofpoort ziekenhuis te Woerden en het St. Jansdal te Harderwijk worden geen of nauwelijks patiënten op de SEH gezien. Dit was vorig jaar ook al het geval. In het Antonius Ziekenhuis te Utrecht krijgen coassistenten de kans om te participeren op de SEH of op de polikliniek, waardoor enkel één van beide onderdelen aan bod komt tijdens het coschap.
· Coassistenten in Utrecht, Ede, Amersfoort, Den Bosch, Gorinchem en Rotterdam geven aan niet of nauwelijks patiënten gezien te hebben op de polikliniek.
· Studenten die het coschap liepen in Ede en Den Bosch zouden graag zelfstandiger werken op de afdeling, bijvoorbeeld door zelf patiënten onder hun hoede te nemen.
Faciliteiten
Verbeterpunten:
· Studenten die het coschap gelopen hebben in Utrecht, Ede, Amersfoort, Den Bosch, Gorinchem en Harderwijk geven aan dat er een te kort is aan werkplekken met computer voor coassistenten op de afdelingen en SEH.
· Coassistenten in Amersfoort en Harderwijk geven aan dat zij geen toegang hebben tot het elektronisch patiëntendossier. Studenten uit Ede geven aan dat het lang duurt voordat zij een gebruikersnaam en wachtwoord hebben gekregen voor toegang tot het computersysteem.
· In Harderwijk zou een tekort zijn aan spreekkamers op de polikliniek, waardoor het moeilijk is voor coassistenten eigen patiënten te zien aldaar.
· Studenten in Amersfoort zouden graag de beschikking willen hebben over een eigen telefoon.
Portfolio/KPB’s/Begeleiding/Beoordeling
Positieve punten:
· De begeleiding en feedback wordt in alle ziekenhuizen goed beoordeeld, met name in de kliniek en op de SEH. Het geldt voor zowel de arts-assistenten als de stafleden.
· Studenten zijn erg positief over de begeleiding en laagdrempeligheid van stafleden in Utrecht, Amersfoort, Ede en Rotterdam. Met name de Eerste Hart Hulp en afdeling cardiologie in Amersfoort krijgen veel complimenten. Het vele onderwijs dat hier gegeven wordt, stellen de studenten zeer op prijs. Dit geldt overigens ook voor het onderwijs in Ede.
· De studenten zijn tevreden over de wijze van beoordeling (tussenbeoordeling, eindgesprek, professioneel gedrag).
Verbeterpunten:
· Er worden weinig KPB’s ingevuld.
· Studenten die het coschap gelopen hebben in Ede, Amersfoort, Den Bosch en Harderwijk geven aan dat zij beoordeeld worden door een staflid dat hen tijdens het coschap niet eerder gezien heeft. Studenten zouden graag zien dat er meer overleg plaatsvindt tussen stafleden onderling over het functioneren van de coassistent en dat mede op basis hiervan een eindoordeel gevormd wordt.
· Een enkele student die het coschap gelopen heeft in Amersfoort en Harderwijk geeft aan dat er niet gekeken is naar de VAAR-verslagen bij de eindbeoordeling.
· Studenten die het coschap in Gorinchem en Woerden hebben gelopen geven aan dat zij te weinig feedback ontvangen tijdens het coschap, dat er geen KPB’s ingevuld worden en dat de eindbeoordeling volledig gebaseerd wordt op de VAAR-verslagen.
· In het algemeen zouden studenten graag zien dat bij de eindbeoordeling het functioneren op de afdeling, presentaties, verslagen en KPB’s gezamenlijk meegenomen worden.
· Meerdere studenten geven aan dat het schrijven van VAAR-verslagen veel tijd kost en in de praktijk zien zij dat daardoor coschaptijd verloren gaat. Studenten suggereren om opname- en ontslagbrieven op te nemen in het portfolio, zodat er minder VAAR-verslagen geschreven hoeven te worden.
TLO/Terugkomdagen
Positieve punten:
- Het disciplinegebonden onderwijs wordt goed beoordeeld.
- Studenten vinden het prettig dat er extra aandacht besteed wordt aan farmacotherapie tijdens dit coschap in de vorm van de TLO-bijeenkomsten.
Verbeterpunten:
- Studenten geven aan een duidelijker theoretisch kader te willen bij het TLO-onderwijs. Zij suggereren het TLO-onderwijs meer in een collegevorm te gieten.
- De onderwerpen die aan bod komen tijdens het TLO-onderwijs (coronairlijden, atriumfibrilleren en hartfalen) vertonen veel overlap met onderwijs eerder in het curriculum gegeven. Studenten zien liever andere onderbelichte onderwerpen.
- Studenten geven aan dat de stof die behandeld wordt tijdens de TLO-bijeenkomsten beter verspreid zou kunnen worden over de drie bijeenkomsten.
- Studenten vinden het weinig motiverend dat er geen cijfers meer gegeven worden voor TLO.
Eindtermen
Positieve punten:
- Studenten geven aan dat ze alle eindtermen beheersen na hun coschap.