-
- JVT verslag TLO
- Geschreven door Nyanza Timmers op zaterdag, 19 mei 2012 10:31
Klik hier om het JVT verslag van TLO jaar 3, 4 en 5 te downloaden, of scroll naar beneden.
Theoretisch lijn onderwijs jaar 3ChirurgiePositieve punten:- Het onderwerp van het TLO (fracturen en botgenezing) wordt door de meeste studenten gewaardeerd. Het is een aanvulling op je kennis, aangezien dit onderwerp nog niet eerder aan de orde is geweest.- Docent benadrukt dat de studenten niet te diep op bepaalde mechanismen (bijvoorbeeld de stofwisseling) in moeten gaan. Hierdoor zijn de presentaties voor de student goed te volgen en daardoor leerzaam.- De klinische casus in de presentatie is leerzaam, doordat belangrijke punten wat betreft anamnese, lichamelijk onderzoek, differentiaal diagnostisch denken en aanvullend onderzoek nog een keer aan bod komen.- Studenten vinden het prettig om in tweetallen te werken.- De studiebelasting vinden de studenten prima.Verbeterpunten:- Studenten zouden feedback willen ontvangen voor presentatievaardigheden, aangezien dit de hele carrière nog van belang kan zijn.- De eerste TLO bijeenkomst valt midden op de dag en duurt heel kort. Dit is lastig in verband met naar OK gaan. Het zou handig zijn als deze aan het eind van de middag zou zijn. De eerste bijeenkomst zou ook langer gemaakt kunnen worden door een complementair college, een puzzelcasus, o.i.d..Interne geneeskundePositieve punten:- Het onderwerp elektrolytstoornissen wordt door veel studenten gezien als een lastig onderwerp, daarom wordt het onderwerp gewaardeerd.- Tijdens de eerste bijeenkomst heeft iedereen een patiëntencasus meegebracht. De begeleider stelt aan iedereen kritische vragen, dat wordt als leerzaam ervaren.- Ook tijdens de presentaties stelt de docent goede vragen.Verbeterpunten:- De eerste bijeenkomst zou mogelijk anders kunnen worden ingevuld. Een optie is om op de eerste dag van het coschap de onderwerpen verdelen. (Op de introductiedag is iedereen in het begin nog bij elkaar). Tijdens het coschap kan iedereen dan een casus zoeken die past bij zijn/haar onderwerp. Tijdens de eerste bijeenkomst kan dit dan uitgebreid besproken worden.- Momenteel is het zo dat iemand een onderwerp (bijvoorbeeld hyperkaliëmie) kiest aan de hand van een casus uit de praktijk. Echter, tijdens de werkgroep blijkt vaak dat meerdere studenten dezelfde casuïstiek hebben, of de gekozen casuïstiek buiten het lijnonderwijs valt.- De gestelde vragen tijdens de presentaties worden door sommige studenten als hinderlijk ervaren, omdat ze vaak onderbroken worden in hun presentatie.- Geen beoordeling in cijfers, alleen voldoende/onvoldoende. Wellicht is het wenselijk hier meer mogelijkheden te krijgen, dit kan een extra motivatie voor studenten zijn om betere presentaties te maken.
Theoretisch lijn onderwijs jaar 4Algemeen- TLO wordt door studenten matig gescoord. Per coschap heeft het TLO een cijfer tussen de 5.3 en 5.9 gekregen. Vorig jaar was dat tussen de 5.0 en 6.2.- Sommige studenten vinden zes terugkomdagen tijdens een coschap van zes weken te veel. Zij menen dat je tijdens een coschap met de praktijk bezig bent en dat een vermindering van zes dagen op zes weken erg veel is. Effectief blijven er 24 coschapdagen over. De theorie die tijdens de terugkomdagen aan bod komt (zoals het TLO) zou ook in het voorbereidende blok behandeld kunnen worden. Dit punt werd vorig jaar ook al gebracht.- Bij TLO worden veel nuttige onderwerpen behandeld, maar studenten geven aan het jammer te vinden dat sommige onderwerpen pas in week 6 worden gepresenteerd. Voor hun co-schap hadden ze daar dan niet veel meer aan. Wellicht dat TLO op een eerdere terugkomdag kan worden gegeven of dat de stof in het voorbereidend blok een betere plek moet krijgen.- De verandering van cijfermatige beoordeling naar een beoordeling van voldoende of onvoldoende wordt door veel studenten aangegeven als niet motiverend. Voorheen bestond er de mogelijkheid je te onderscheiden met je presentatie om zodoende een hoger cijfer te krijgen, maar die mogelijkheid is er nu niet meer. Dat komt de presentaties volgens de studenten niet ten goede.
Gynaecologie- Het TLO onderwerp pre-eclampsie is in het voorbereidende blok al uitgebreid aan bod geweest. De JVT stelt voor om tijdens het TLO een ander onderwerp te behandelen. Dit punt is vorig jaar ook al aangedragen, en geldt wat ons betreft nog steeds. Er zijn genoeg andere onderwerpen die tijdens het voorbereidende blok weinig aandacht krijgen of waar er te weinig tijd voor studenten is om het onderwerp goed te bestuderen.Kindergeneeskunde- Een deel van de studenten geeft aan dat ze het TLO over stofwisselingsziekten niet nuttig vinden, aangezien ze dat weinig tot niet zien in een perifeer ziekenhuis. Daarnaast vinden ze dat hier nu te diep op in wordt gegaan.- Verder geven sommige studenten aan dat het onderwerp allergie wel wat uitdagender zou mogen zijn, aangezien het nu een vrij basaal onderwerp is dat niet erg specifiek wordt uitgewerkt.Neurologie- Vorig jaar werd Farmacotherapie gesuggereerd als interessant onderwerp en dat is dit jaar voor het eerst ingevoerd.- Studenten geven aan dat ze het begin van het college epilepsie (met indeling en bespreking van vormen van epilepsie) erg nuttig vonden, maar dat ze daarna vooral erg veel lijsten met syndromen en medicatie kregen. Gesuggereerd werd om het niet te specialistisch te maken met niet veel voorkomende syndromen, maar iets meer in te zoomen op de veelvoorkomende vormen en daar casuïstiek over te bespreken. Op die manier steken studenten echt veel op van hun TLO onderwijs.- Daarnaast vinden veel studenten dat er meer duidelijkheid moet komen over de opzet en invulling van de TLO colleges. Ze geven aan het nu puur als colleges te zien waar ze verder geen voorbereidingen voor treffen. Dat gaat volgens hen ten koste van de kennis die ze opsteken van het college.Psychiatrie- De studenten geven aan dat de onderwerpen (stemmings- en angststoornissen) ook in het voorbereidend blok aan bod komen en veel studenten deze onderwerpen ruimschoots tegenkomen in de kliniek. Ze zouden liever andere onderwerpen bespreken. Vorig jaar werden al opties gesuggereerd zoals schizofrenie, katatonie en verslaving of persoonlijkheidsstoornissen.- Daarnaast geven veel studenten aan dat de doelstellingen en eisen voor de presentaties vrij algemeen zijn. Als gevolg daarvan wordt vaak weinig diep ingegaan op een onderwerp buiten de pathogenese, DSM-criteria en behandeling. Wellicht is het een idee wat specifiekere doelstellingen te formuleren, opdat het voor studenten interessanter en uitdagender wordt. Een andere mogelijkheid is om andere aspecten van deze onderwerpen te bespreken dan dat nu gedaan wordt (pathogenese, DSM criteria en behandeling), om het op die manier wat meer diepgang te geven.- Verder was er bij een groep eenmaal geen docent aanwezig.Theoretisch lijn onderwijs jaar 5AlgemeenHet Theoretisch Lijn Onderwijs (TLO) wordt in jaar 5 gegeven tijdens de co-schappen Chirurgie II, Interne II, Huisartsgeneeskunde en Sociale Geneeskunde. Het onderwijs wordt ondergemiddeld beoordeeld, van een 5.6 bij Chirurgie II tot een 6.2 bij Huisartsgeneeskunde. De meest voorkomende klachten zijn: onderwerpen die al (te) herhaaldelijk in het curriculum zijn behandeld, onzorgvuldige beoordelingen en langdradige colleges.Het college farmacotherapie bij Interne II wordt evenals vorig jaar goed beoordeeld.Chirurgie IITLO wordt slecht beoordeeld met een 5.6, in 2009-2010 was dit nog een 7.0. De introductiebijeenkomst wordt als niet stimulerend beschouwd, duurt maar tien minuten en gaat vaak niet door. Het grootste probleem bij TLO tijdens dit co-schap betreft de begeleiders, die zijn vaak niet aanwezig, te laat, of ze moeten eerder weg. Hierdoor kan geen goed onderwijs gegeven worden en de presentaties kunnen niet adequaat beoordeeld worden. De co-assistenten zijn niet gemotiveerd en gebruiken vaak de PICO’s die op de co-schapplaats al eerder gehouden werden.Interne IITLO wordt met een 6 beoordeeld. Co-assistenten vinden TLO over het algemeen niet leerzaam, vooral het introductiecollege wordt slecht beoordeeld in vergelijking met de andere bijeenkomsten. Het college farmacotherapie bij cardiovasculaire aandoeningen wordt goed beoordeeld, de studenten zouden echter graag wat meer diversiteit in de onderwerpen zien. Men vraagt zich herhaaldelijk het nut van TLO af, aangezien er op de co-schapplaats ook presentaties moeten worden gegeven. Een suggestie zou zijn meer (interactieve) colleges te geven, in plaats van zoveel TLO, ook van minder bekende specialismen zoals bijvoorbeeld de arts-microbioloog. Ook is het zo dat de presentaties erg lang zijn, doordat iedereen alle informatie in zijn of haar presentatie probeert te stoppen. Een suggestie hiervoor zou zijn om presentaties over sub-onderwerpen te laten maken.HuisartsgeneeskundeTLO wordt beoordeeld met een 6 (Anatomie in vivo) en een 6.2 (huisartsgeneeskunde). In de verdere beoordeling (goede aanvulling op het co-schap, stimulerende bijeenkomsten, kwaliteit docenten) wordt TLO gemiddeld beoordeeld met een 3 uit 5. De TLO van de fysiotherapeut wordt gezien als nuttig, maar er zou te veel informatie in één keer gegeven worden. Als de noodzakelijke testen kort en bondig worden besproken, zou het overzichtelijker worden en de informatie beter blijven hangen. Nu loopt het college vaak erg uit. Ook is het onhandig dat de studenten een gewricht moeten voorbereiden, terwijl voorafgaand aan de les te weinig duidelijk is wat de bedoeling is. De TLO huisartsgeneeskunde werd niet door alle studenten gevolgd. De TLO opdracht over aanvullende diagnostiek werd niet als nuttig ervaren.Sociale GeneeskundeTLO wordt beoordeeld met een 5.8. Bij dit co-schap is het vooral het probleem dat er vaak verschillende begeleiders zijn, waardoor de cijfers erg uiteenlopen. Verder is er onduidelijkheid over hoeveel onderwerpen behandeld moeten worden tijdens de presentaties. Hierdoor moesten er achteraf vervangende opdrachten worden gemaakt.











