Column van een jonge arts: mijn eerste schouw

Column van een jonge arts: mijn eerste schouw
Geschreven door: Floris Heijboer

Het was midden in de nacht en ik liep door de gangen van het ziekenuis. Ik ben net twee maanden begonnen als arts-assistent en zat al in de dienst. Het was de tweede nachtdienst die ik ooit heb gelopen. Wat zou deze nacht mij brengen?

Voordat ik aan de dienst begon, gaf mij dit een dubbel gevoel: enerzijds een trots gevoel van 'wauw' ik mag en kan dit, anderzijds een gevoel van verantwoordelijkheid dat me kort bekroop. 'Kan ik dit?' en 'Hopelijk gaat er door mij niet iemand dood' waren toch twee vragen die ik stelde. Angstig en bang was ik niet, wetende dat ik weet wat ik niet weet en dat ik wel weet wat ik in een acute situatie moet doen. Het belangrijkste was hierbij de telefoon: weet ik iets niet, dan kon ik bellen met de supervisor. 
Zodoende was ik onderweg van een afdeling terug naar de spoed. De stilte werd doorbroken: ik werd gebeld. "Met Gerda, meneer Jansen is zojuist overleden. Kan je komen schouwen?" luidde de eerste zin van het gesprek. 
Gedachten doolden door mijn hoofd. 'Meneer Jansen? Hem had ik nog opgenomen!', 'Ik wist niet dat hij zou gaan overlijden..' en 'Schouwen? Hoe moet ik dat in hemelsnaam doen?' Het enige wat ik stamelde was "Ja," gevolgd door een "tot zo". 

Enkele dagen voor de nachtdienst had ik voor het eerst een schouw meegekeken, wat ik plots nog meer waardeerde en leerzaam achtte dan ik al deed. Het stappenplan speelde zich in mijn hoofd af: eerst rustig koffie of thee drinken, dan naar de afdeling, inlezen in de patiënt, de mortuariummap openen en papieren controleren, en dan naar de patiënt. 
Ik had vooral geleerd om eerst nog pauze te nemen voorafgaand aan de schouw. Stel dat ik toch nog te vroeg zou komen en dus zou moeten zeggen dat de patiënt nog niet overleden zou zijn. 
Stap voor stap voltrok het stappenplan zich en toen stond ik met Gerda bij de patiënt. Meneer Jansen oogde inderdaad overleden. Ik stelde mij aan de familie voor met "Hallo", want 'goedenacht' en 'gecondoleerd' kon ik niet zeggen. De familie wilde tijdens de schouw liever niet in de kamer aanwezig zijn. Begrijpelijk en stiekem ook prettig. Een stuntelende dokter, daar zou niemand wat aan hebben. 

Rustig stond ik naast de patiënt en legde mijn stethoscoop op zijn borst. Eerst hield ik de stethoscoop nog vast, maar toen hoorde ik mijn eigen hartslag en trillingen van mijn hand galmen. Ik liet los en hoorde niks. Een minuut verstreek, ik hoorde geen slag en zag geen ademhaling. Het was stil. Ook de pupilreflex was negatief en bij palpatie van het oog vervormde de pupil iets. Iets wat ik moeilijk vond te zien. 
De dood was vastgelegd. Ik condoleerde de familie met hun verlies en vulde de formulieren in: doodsoorzaak, donatie, obductie en het bellen van de transplantatiedienst. Het was me gelukt. 

*Bovenstaande tekst is geanonimiseerd 

Benieuwd naar nog meer verhalen? Lees het nu in de nieuwe Medizine "Detective" met onder andere: 
- Wat kunnen Dokters leren van detectives? Observeren en logisch redeneren met Sherlock Holmes. 
- Netflix & Chill: welke detectives zijn het kijken waard?
- Ontvoering in het ziekenuis?! Ga zelf op onderzoek uit door het UMC Utrecht...